Skip to content

Robbie Mulder

The price of doing the same old thing is far higher than the price of change. – Bill Clinton


Hij is net 18 geworden en woensdag zijn er verkiezingen. Het is een bewolkte, grauwe zondagochtend, half elf. Met een hoofd dat schreeuwt ‘ik wil hier niet zijn’ eet hij zijn geroosterde casino boterham. Plak ham, gepocheerd eitje, beetje hollandaisesaus. Het is misschien niet het beste moment om het er even lekker met hem over te hebben, maar mijn blond gekrulde schoonheid in joggingpak is niet zo bang uitgevallen. “Wat ga je stemmen Sam?”. Heel kort valt er een stilte. Even maar. Met de sportschoolarmen over elkaar en de ogen stuurs gericht op Dag TV van RTV Noord zegt hij onbewogen dat hij niet gaat stemmen. Haar krullen dansen weelderig naar het plafond als ze haar rug recht en een vurige blik over de tafel werpt. “Niet stemmen? Waarom niet?!”. “Nou, gewoon niet, ik stem volgend jaar wel”. Het post puberbrein werkt als een dolle en produceert deze briljante vondst. Volgend jaar, want stemmen is elk jaar, net als vakantie. Ik ga dit jaar niet op vakantie, veel te druk met het huis, verbouwen en zo. Volgend jaar maar weer. Zoiets.

Ik weet nog dat ik achttien werd, mijn rijlessen nam en de eerste keer mocht stemmen. Ik vond dat mijn stem een stem tegen iets moest zijn. Ik kocht De Waarheid en las dat er veel was waar ze tegen waren. Mooi zo. Ik kende al die lui niet, maar de oudere broer van een vriend had een heel tof rood t-shirt met de hamer en sikkel in verkreukeld wit. Prachtig versleten, de hals te ruim en veel te vaak gewassen. Dat t-shirt leverde Marcus Bakker op 26 mei 1981 (6 dagen na mijn achttiende verjaardag) mijn stem op. En het was een winnende stem, want de CPN groeide bij die verkiezingen met 1 zetel naar 3. Het was wel de laatste keer dat ik CPN stemde, want na de middelbare school verwaterde het contact met mijn vriend en zijn broer heb ik daarna nog wel eens zien fietsen, maar nooit meer had hij dat prachtige t-shirt aan.

Ik herinner me nog goed hoe ik me op de stemdag voelde. Met mijn witte puntschoenen (ze stonden op de hoes van de Look Sharp LP van Joe Jackson), mijn Salty Dog spijkerbroek (je kon ze alleen in Amsterdam kopen) die omhoog gehouden werd met een dun wit riempje, waarvan het uiteinde langs mijn lies naar beneden danste, mijn gele polo van Lacoste en het versleten rode jasje met een klein speldje van mijn stripheld Charlie Brown wandelde ik naar het stemlokaal in de lagere school waar ik zes jaren had rond geprutst en gekrabbeld. Ik voelde me groot. Volwassen. Groter dan mezelf. En onzeker ook. Die dag ontmoette ik de democratie. Ik stemde CPN. Mijn ouders hadden het verschrikkelijk gevonden. Ik voelde hun weerstand toen ik mijn rode potlood naar het vakje bewoog, maar mijn persoonlijke overtuiging kleurde het vakje rood. Dit was mijn democratie. Dit was mijn mooi versleten t-shirt met hamer en sikkel.

Ik denk met veel plezier terug aan die dag. Ik vond het nogal wat. Ik ben alle keren daarna met genoegen naar de stembus getogen. En elke vond ik het bijzonder. Ik heb vaak mijn stem verleend aan de PvdA en ook aan de VVD. Dat lijkt raar, maar het zegt vooral dat er niet echt een partij voor mij is. Ik ben enorm liberaal (leven en laten leven), maar ik wil niet dat dat liberalisme ten koste gaat van mensen die er anders (lees; slechter) voor staan dan ik. En als ik echt ten einde raad was vulde ik wel eens een D66-vakje in.

Ik realiseer me nu dat ik heel erg van de democratie hou, maar veel minder van de politiek. Nu  gaat het over mensen met verwerpelijke standpunten, over nare drammers, over stampvoetende splinterpolitici, over winnen en verliezen, over vreselijk saaie discussies op radio en tv, over een enorme lading drukte die uiteindelijk leidt tot nieuwe colleges en kabinetten die niet, of slechts een beetje, doen wat vooraf werd beloofd. Maar goed, dat is allemaal politiek en gelukkig slechts een deel van de democratie. Een koe is een beest, maar een beest is geen koe. Mijn oudtante Mien ging nooit naar de kerk. Ze zei dat ze niet naar de kerk hoefde om in God te geloven. Ze vond de kerk maar drukte, met al die mensen en het gedoe eromheen. 

Hoe dan ook, ik heb geen idee hoe we Sam naar het stemlokaal moeten praten. Dwingen kan ik hem niet, hij is 18 tenslotte. Al zou ik hem graag een schop onder zijn kont willen geven: ‘Hoppa, naar de democratie, mafkees!’. Maar dat komt niet erg democratisch over. Ik kan hem een prachtig versleten t-shirt laten zien. Ik kan hem het verschil tussen de zeurende politici met hun even mooie als saaie beloftes en de schoonheid van de democratie uitleggen. Of ik kan gewoon lekker de tijd nemen en wachten tot volgend jaar, als er weer verkiezingen zijn. 

Advertenties

Tags: , , , , , , ,

%d bloggers liken dit: