Skip to content

Robbie Mulder

The price of doing the same old thing is far higher than the price of change. – Bill Clinton


Antoinette Bont was een straathoertje en vandaag zag ik haar foto weer eens. Ik zag een junkenhoofd. Dunne lippen. Pukkels. Een wezenloze blik. Antoinette leidde een hard leven, dat zie je zo. Elke dag als een gek achter de heroïne aan en om aan het geld te komen bevredigde ze mannetjes uit stad en provincie die haar liever hadden dan hun vrouwen thuis. Ze lachte naar ze, ze was lief voor ze en ze deed wat ze haar vroegen. Dat deden die vrouwen thuis natuurlijk niet.

Antoinette nam op een gruwelijke manier afscheid van het leven.  Ze werd gemarteld en gepijnigd. En uiteindelijk vermoord. Haar lichaam werd gevonden, zonder haar junkenhoofd. Er was iemand geweest die het blijkbaar niet genoeg vond dat ze naar hem lachte, lief voor hem was en deed wat hij haar vroeg.

Toen ik de foto van Antoinette zag en wat voor me uit mijmerde zag ik opeens een meisje van een jaar of vijf, staartjes in het haar, bij elkaar gebonden met rode strikjes. Haar lichte leren sandalen staken prachtig af bij haar kniekousjes, donkerblauw met roze bloemetjes. Ze rende achter haar beste vriendinnetje aan, zomaar. Dat doen kinderen, rennen omdat het kan. Haar hoge gilletjes vulden de straat waarin ze woonde. Ergens, drie hoog, hoorde een vrouw van een jaar of 37 het geluid van de lente. Al die jaren later hoort ze het nog steeds. Als het lente wordt denkt ze aan Antoinette, aan Netje, zoals iedereen in de buurt haar noemde.

Netje was geen uitblinker op school. Netje was lief en brutaal tegelijk. Ze maakte je blij, ze maakte je boos en ze dreef haar ouders tot wanhoop. Iedereen die haar kende hoopt dat het ooit nog goed zou komen met Netje. Misschien zat het erin, maar het werd haar niet gegund. Helemaal aan het eind van haar leven kwam ze een zielig hoopje mens tegen die in zijn onmetelijke moed Netje martelde en uiteindelijk onthoofde.

Deze man, Johan noem ik hem maar even, rende toen hij 5 was achter zijn vriendjes aan nadat ze bij meneer De Vries hadden aangebeld. Die werd altijd zo boos als ze bij hem deurtje hadden gebeld en dat maakte belletje trekken natuurlijk nog veel leuker. Een man van 27 die verderop woonde, ziet ze nog altijd rennen. Johan als laatste van het groepje. Hij was de langzaamste van het stel, motorisch niet de briljantste en hij werd dus ook nog wel eens gepakt. Johan was een beetje onhandig. Als het lente wordt moet de buurman van verderop altijd weer aan hem denken. De boefjeslach op zijn gezicht. De sproetjes en het opgewonden gillen. Hij vraagt zich nog vaak af wat er van die vrolijke deugniet gekomen is.

Advertenties

Tags: , ,

%d bloggers liken dit: