Skip to content

Robbie Mulder

The price of doing the same old thing is far higher than the price of change. – Bill Clinton

rtvnoord-selwerdWie vandaag de dag een moskee runt, loopt op eieren. En als je moskee voortdurend onderwerp van gesprek is bij de bewoners van de buurt waarin je de heilige plek runt, moet je extra behoedzaam opereren. Eigenlijk is het een heel oude les uit de communicatiewetenschap; wie geschoren wordt moet stil zitten. En vooral glimlachen, vertrouwen wekken en transparant opereren. Want vertrouwen moet groeien en vooral in het huidige tijdgewricht zit het de moslims wat dat betreft niet echt mee.

Wat je als moskee ‘onder vuur’ in elk geval niet moet doen is een zeer omstreden imam uitnodigen om radicale taal uit te slaan. En toch heeft de moskee in de Groningse wijk Selwerd precies dat gedaan. Met al het hiervoor beschrevene kun je dat als een knap kunstje oud-arabisch-blunderen betitelen. Het maakt alles stuk wat tot nu toe aan vertrouwen gewonnen is en het werpt de beheerder, het Islamitisch Centrum Groningen, jaren terug in de tijd.

De imam waarom het gaat is Sheikh Adel al-Kalbani, een man die alle joden en christenen van het Arabisch schiereiland verwijderd wil zien. Hij werd in Groot-Brittannië al eens geweigerd en een geplande bijeenkomst in Eindhoven werd vorige week afgeblazen. De dag waarop hij zijn boodschap komt verkondigen in Selwerd is ook pikant; 5 mei, bevrijdingsdag. Het is de dag waarop de Nederlanders hun vrijheid vieren. Met een groot abstractievermogen is het mogelijk juist dan de vrijheid van het woord te verdedigen, maar dat zal velen te ver gaan. Zeker de mensen in Selwerd.

Woordvoerder Jeffrey Jager van het Islamitisch Centrum Groningen kiest er juist nu voor zijn lippen stijf op elkaar te houden en niets over de geplande bijeenkomst te zeggen. Dat is hoofdzonde 1 in het communicatievak. Het maakt zijn toekomstige rol vrijwel onmogelijk en dat is te betreuren, want het islamitisch centrum was juist op de goede weg. Het is al met al een hoge prijs voor een praatje van een imam uit verweggistan.

Het is te hopen dat de Selwerdse moslims snel bij hun positieven komen en de bijeenkomst afblazen, tijdens een bijeenkomst voor de buurt met heerlijke Saudische thee en Groninger koek. En met een glorieus betoog van Jeffrey Jager, want iedereen maakt wel eens een foutje. En dan opeens heeft de moskee in Selwerd weer een mooie toekomst. Inshallah.

Hij is net 18 geworden en woensdag zijn er verkiezingen. Het is een bewolkte, grauwe zondagochtend, half elf. Met een hoofd dat schreeuwt ‘ik wil hier niet zijn’ eet hij zijn geroosterde casino boterham. Plak ham, gepocheerd eitje, beetje hollandaisesaus. Het is misschien niet het beste moment om het er even lekker met hem over te hebben, maar mijn blond gekrulde schoonheid in joggingpak is niet zo bang uitgevallen. “Wat ga je stemmen Sam?”. Heel kort valt er een stilte. Even maar. Met de sportschoolarmen over elkaar en de ogen stuurs gericht op Dag TV van RTV Noord zegt hij onbewogen dat hij niet gaat stemmen. Haar krullen dansen weelderig naar het plafond als ze haar rug recht en een vurige blik over de tafel werpt. “Niet stemmen? Waarom niet?!”. “Nou, gewoon niet, ik stem volgend jaar wel”. Het post puberbrein werkt als een dolle en produceert deze briljante vondst. Volgend jaar, want stemmen is elk jaar, net als vakantie. Ik ga dit jaar niet op vakantie, veel te druk met het huis, verbouwen en zo. Volgend jaar maar weer. Zoiets.

Ik weet nog dat ik achttien werd, mijn rijlessen nam en de eerste keer mocht stemmen. Ik vond dat mijn stem een stem tegen iets moest zijn. Ik kocht De Waarheid en las dat er veel was waar ze tegen waren. Mooi zo. Ik kende al die lui niet, maar de oudere broer van een vriend had een heel tof rood t-shirt met de hamer en sikkel in verkreukeld wit. Prachtig versleten, de hals te ruim en veel te vaak gewassen. Dat t-shirt leverde Marcus Bakker op 26 mei 1981 (6 dagen na mijn achttiende verjaardag) mijn stem op. En het was een winnende stem, want de CPN groeide bij die verkiezingen met 1 zetel naar 3. Het was wel de laatste keer dat ik CPN stemde, want na de middelbare school verwaterde het contact met mijn vriend en zijn broer heb ik daarna nog wel eens zien fietsen, maar nooit meer had hij dat prachtige t-shirt aan.

Ik herinner me nog goed hoe ik me op de stemdag voelde. Met mijn witte puntschoenen (ze stonden op de hoes van de Look Sharp LP van Joe Jackson), mijn Salty Dog spijkerbroek (je kon ze alleen in Amsterdam kopen) die omhoog gehouden werd met een dun wit riempje, waarvan het uiteinde langs mijn lies naar beneden danste, mijn gele polo van Lacoste en het versleten rode jasje met een klein speldje van mijn stripheld Charlie Brown wandelde ik naar het stemlokaal in de lagere school waar ik zes jaren had rond geprutst en gekrabbeld. Ik voelde me groot. Volwassen. Groter dan mezelf. En onzeker ook. Die dag ontmoette ik de democratie. Ik stemde CPN. Mijn ouders hadden het verschrikkelijk gevonden. Ik voelde hun weerstand toen ik mijn rode potlood naar het vakje bewoog, maar mijn persoonlijke overtuiging kleurde het vakje rood. Dit was mijn democratie. Dit was mijn mooi versleten t-shirt met hamer en sikkel.

Ik denk met veel plezier terug aan die dag. Ik vond het nogal wat. Ik ben alle keren daarna met genoegen naar de stembus getogen. En elke vond ik het bijzonder. Ik heb vaak mijn stem verleend aan de PvdA en ook aan de VVD. Dat lijkt raar, maar het zegt vooral dat er niet echt een partij voor mij is. Ik ben enorm liberaal (leven en laten leven), maar ik wil niet dat dat liberalisme ten koste gaat van mensen die er anders (lees; slechter) voor staan dan ik. En als ik echt ten einde raad was vulde ik wel eens een D66-vakje in.

Ik realiseer me nu dat ik heel erg van de democratie hou, maar veel minder van de politiek. Nu  gaat het over mensen met verwerpelijke standpunten, over nare drammers, over stampvoetende splinterpolitici, over winnen en verliezen, over vreselijk saaie discussies op radio en tv, over een enorme lading drukte die uiteindelijk leidt tot nieuwe colleges en kabinetten die niet, of slechts een beetje, doen wat vooraf werd beloofd. Maar goed, dat is allemaal politiek en gelukkig slechts een deel van de democratie. Een koe is een beest, maar een beest is geen koe. Mijn oudtante Mien ging nooit naar de kerk. Ze zei dat ze niet naar de kerk hoefde om in God te geloven. Ze vond de kerk maar drukte, met al die mensen en het gedoe eromheen. 

Hoe dan ook, ik heb geen idee hoe we Sam naar het stemlokaal moeten praten. Dwingen kan ik hem niet, hij is 18 tenslotte. Al zou ik hem graag een schop onder zijn kont willen geven: ‘Hoppa, naar de democratie, mafkees!’. Maar dat komt niet erg democratisch over. Ik kan hem een prachtig versleten t-shirt laten zien. Ik kan hem het verschil tussen de zeurende politici met hun even mooie als saaie beloftes en de schoonheid van de democratie uitleggen. Of ik kan gewoon lekker de tijd nemen en wachten tot volgend jaar, als er weer verkiezingen zijn. 

Tags: , , , , , , ,

Het is je vast wel eens overkomen; een geüniformeerd stopteken, want je negeerde een stopstreep. Of zoiets. Oom Agent spreekt je vermanend toe en ziet het vergrijp ‘deze keer door de vingers’. De volgende keer kun je op een bekeuring van 90 euro rekenen, voegt hij je bij het afscheid toe. Met een zuinig geluksgevoel vervolg je je weg. Geen geld kwijt, maar wel een standje gehad.

Als inwoner van de stad Groningen wordt je tegenwoordig voor veel vergrijpen niet meer bekeurd door Oom Agent maar door Wim of Wilma van Stadstoezicht. En da’s andere koek. Wim en Wilma kennen geen pardon. Loopt je puppy van 12 weken oud en zo groot als een pakje koffiemelk los op een braakliggend stuk bouwgrond van een hectare groot dan presenteren Wim en Wilma je een prent ter waarde van 90 euro. En je voelt dat zelfs een begin van een discussie niet mogelijk is, want daar houden Wim en Wilma niet van, dat zie je zo. En dus sta je ze bedremmeld na te staren terwijl het stoom je fluitend uit de oren komt.

Wim, Wilma en hun collega’s hebben hun intrek genomen in het schitterende nieuwe gemeentegebouw bij station Europapark. En hun actieradius lijkt zich tot een straal van 500 meter rond dat gebouw te beperken. Ik woon daar in de omgeving en ik zie dagelijks meer Wimmen en Wilma’s dan mijn eigen kinderen. Mijn buurtbewoners en ik durven amper meer naar buiten. Ik betrapte me er gisteren zelfs op dat ik mijn voeten veegde toen ik naar buiten ging. “Hoho meneertje, lopen we daar zomaar naar buiten zonder de voeten te vegen?”. Katsching!

Ik verlang terug naar Oom Agent. Die brommerige man die na een 4 jaar durende opleiding naar me luistert, me even stoom af laat blazen, me mijn onmachtige argumenten uit laat leggen en dan een bon uitschrijft. Of niet. Want dat is nog altijd de beste manier om je autoriteit te tonen. Zo deed Churchill het ook. Zijn recept voor een succesvolle onderhandeling: een honkbalknuppel in de hoek van de kamer zetten en heel zacht praten.

Tags: , ,

Vandaag reed ik over de Dr. Ebelsweg naar Haren, langs begraafplaats Harener Hof. Als je er nooit iemand naar toe gebracht hebt, weet je niet waar het is. Het ligt verscholen achter bosschages en een bescheiden muur, links van de weg. Daar ligt Hans in mijn azuurblauwe vest, met in het wit op de borst: Italia.
Ik rij wel vaker langs de begraafplaats en meestal denk ik niet aan Hans. Maar nu vallen de bladeren voorzichtigjes op de weg, een bescheiden aankondiging van de onontkoombare herfst. En dat leidt opeens tot gedachten aan Hans, begraven in mijn Italia vest.
In café Buckshot aan het Zuiderdiep stonden we aan de bar. We kletsten wat en ik vroeg Hans de oren van zijn kop over de kanker die hij had. Begonnen met een voorzichtige hersentumor, die 3 jaar daarvoor al was ontdekt. Ik weet nog dat hij vertelde hoe zat hij het was om dodelijk ziek te zijn. “Ik heb zo langzamerhand alles al drie keer voor de laatste keer gedaan”. Bij de eerste ontdekking werd gezegd dat hij nog 6 maanden te leven had, maar nu was hij al jaren verder. Hij had stress van het leven.
Die avond had ik mijn Italia vest aan. Gekocht in het azuurblauwe land van herkomst. Hans vond ‘m prachtig. Ik trok hem uit, hij trok hem aan en ik wilde hem niet meer terug. Dat was het en een half jaar later was hij dood. Een van zijn beste vrienden vertelde me dat hij in het Italia vest begraven wilde worden. Niet om mij natuurlijk, maar om Italia. Toen ik bij de begrafenis naar zijn kist keek zag ik vooral dat blauwe vest. Ik was trots.
Op deze woensdagmiddag, 4 jaren later, zie ik Hans even weer. Ik zie hem op de fiets op Ameland, ik zie hem druk verhalend bij de Thai aan het Schuitendiep en ik zie hem in zijn badkamer aan de Grote Markt in het appartement dat hij een half jaar huurde omdat hij nog 1 keer onder de Martinitoren wilde wonen.
Het weer is prachtig, de Dr. Ebelsweg glanst van nazomerse zonnestralen. Harma Boer hoor ik voor de vierde keer zeggen dat deze dag een cadeautje is. Het is zo’n dag om lekker loom te leven. Verderop rust Hans eeuwig op de Harener Hof. Hij ligt er schitterend bij.

“Kunst? Dit noem jij kunst? Bagger is het. Dikke, vieze, stinkende bagger!”

“Ik ben bang, Leo.”

Tags:

‘Lieverd, ik zie water.’

Tags: