Het was vorige week weer dichtavond in Cafe Pauze in de Folkingestraat in Groningen. Dus Sam, Mik en
ik togen naar onze dichtkroeg op de laatste donderdag van de maand. Vaste prik. De jongens droegen hun gedichten voor. En ik de mijne. Van die van Mik hebben we een poster gemaakt, met een foto van de oudste (Kees van der Hoef) en de jongste (Mik) dichter van de kroeg. En hierbij ook mijn prutsergedicht.
Prutser.
Ik ben een dichter van niks.
Ik lijd niet,
Nergens aan.
Heb geen verdriet,
Geen traan.
Drink maar weinig,
Druppels maar.
Heb geen zorgen,
Geen grijs haar.
Het leven lacht me toe.
Dat is niks voor een dichter,
Maar wel voor mij.
Het schrijft kut,
Maar de dagen gaan wel
Lekker zonnig voorbij.
Categorieën: Uncategorized
De fotomanifestatie Noorderlicht in Groningen is een fototentoonstelling met internationale allure en dat schept verwachtingen. Het thema dit jaar is ’strijd’, vertaald naar ‘Human conditions’. Een eendimensionaal thema, afgezaagd bijna. Daar zullen ze toch niet instinken, dacht ik. Maar eh, oeps.
De hoofdtentoonstelling in de Der Aa Kerk bestaat uit wat je onder strijd verstaat: veel kinderlijkjes in de Gazastrook, kinderprostitutie in China, automutilatie in Japan, armoe in Havana en veel mensen op de vlucht. Pak de Volkskrant en neem de vreselijkste foto. Doe dat keer 150 en de hoofdtentoonstelling is gevuld. Vreselijk allemaal en geen tijd om adem te halen.
Het is de strijd van anderen. Gelukkig maar. Espressootje op de hoek en weg is het weer. Fijn dat wij het goed hebben.
De vraag is: waar is het concept? Er is zoveel meer strijd in de wereld en vooral ook veel dichterbij. En er zit toch ook gewoon humor in ‘strijd’? Een krijsende baby die vecht tegen een fruithapje, een blauw oog van je dochter (Erik Kessels) of een lullige demonstratie op het Binnenhof tegen het uitsterven van geelgerande kutkevers. Het had lucht gegeven en het Noorderlichtthema nogal interessanter gemaakt.
Ik wil niemand er van weerhouden naar Groningen af te reizen, maar dit jaar volstaat het om een van de jaarboeken van World Press Photo te pakken. Dan heb je genoeg ellende gezien.
Categorieën: Uncategorized
getagged: Erik Kessels, fototentoonstelling, human conditions, Noorderlicht, Rob Mulder, Robbie Mulder, strijd
De Rabobank heeft de sloomste pinautomaten van Nederland. De Rabo automaten wachten namelijk 25 seconden na het afsluiten van een transactie tot het apparaat klaar is voor de volgende klant. Ik heb nu 3 keer bij een
boerenleen-pin-ding staan vloeken en de maat is vol. Het gaat zo. Ik sta in de rij voor een Rabo pinautomaat en bij elke pinner voor me erger ik me rot: ‘Sloom wijf, schiet ’s op’. Het slome wijf is klaar, loopt weg, en vervolgens probeer ik het apparaat te voeden met mijn pas, maar ik stuit op een drempel in het passengleufje. Het scherm meldt: ‘Bedankt voor uw bezoek’. Het is wachten geblazen, 25 hele seconden lang. Dan glijdt mijn pasje alsnog naar binnen en kan ik pinnen. De hele procedure kost, houdt u vast, 25 seconden. Toegegeven, ik ben een rappe pinner, maar toch.
Er is dus een slimmerd bij de Rabobank die heeft bedacht dat tussen klant A en klant B 25 seconden moeten zitten (2,5 minuut extra als er vijf pinners voor je zijn). Zo iemand heeft naar zijn eigen pingedrag gerekend, dat kan niet anders. Nu stel ik me opeens een pijprokende man met gereformeerde sik voor, op vakantiesandalen met sokken en met brillenglazen waarop de goorste bacteriën welig tieren. Kortom, een vieze, maar wel een heel blije man. Hij maakt zich niet druk. Hij heeft alle tijd, altijd en overal. ‘Maak je niet dik, dun is de mode’, is zijn levensmotto. En de 25 seconden wachttijd die hij ons oplegt ziet hij als een … rustmomentje. Voor ons allemaal. O ja, hij werkt in Utrecht. Altijd al een rotstad gevonden.
Categorieën: Uncategorized
getagged: pinautomaat, pinnen, Rabobank, Rob Mulder, Robbie Mulder, Utrecht
Het is altijd plezierig voor een journalist als zijn stukken niet zonder reactie blijven. Het achtergrondverhaal over het Groninger Forum leidt inmiddels tot discussie. De Groningse VVD-fractievoorzitter Betty de Boer doet de discussie over de bezoekersaantallen van het Forum weer oplaaien, door in een artikel op de Groninger Internet Courant (gic.nl) zich af te vragen: ‘hoe realistisch is het dat een optelsom van een historische collectie, een bibiotheek en een bioscoop zeven keer zoveel bezoekers gaat trekken als het Groninger Museum?’. En Forum-directeur Bas van Kampen reageert daar weer fel op: ‘Ik heb meer vertrouwen in de gedegen onderzoeken van gerenommeerde bureaus (…) , dan in een ad hoc mening van een hoogleraar die dan wordt nagepapagaaid door Betty de Boer’. De discussie is los en de reacties op de artikelen blijven niet uit (zie wederom gic.nl).
Categorieën: Uncategorized
getagged: Bas van Kampen, Betty de Boer, Bezoekers Forum, Bezoekers Groninger Forum, Dagblad van het Noorden, Groninger Internet Courant
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is het aantal stiefgezinnen in het afgelopen decennium flink gestegen, van 115.000 in 1998 naar 149.00 in 2007. Begin 2007 vormden 7 procent van de paren met kinderen een stiefgezin (149.00 paren met 282.000 kinderen). In ruim 80 procent van die gezinnen is een stiefvader aanwezig. Ik ben dus niet bepaald in de minderheid.
Het CBS noemt de aantallen die zij publiceert ‘de ondergrens’. De Stichting Stiefgezinnen Nederland houdt het op een aantal van 200.000. Volgens het CBS komen in 84 procent van de stiefgezinnen alle stiefkinderen uit een eerdere relatie van
de moeder. In 13 procent van de stiefgezinnen
zijn alle stiefkinderen afkomstig uit een eerdere relatie van de vader. In ongeveer 3 procent van de stiefgezinnen komen kinderen voor uit eerdere relaties van zowel
de moeder als de vader.
Overigens krijgen in ongeveer een derde van alle stiefgezinnen de ouders ook een of meer gezamenlijke kinderen. Na de geboorte van onze dochter Puk in maart van dit jaar hoor ik dus in die categorie. Om het nog even onoverzichtelijker te maken, mijn stiefzoons hebben nu dus ook een halfzusje.
De vraag is nu of al die stiefouders ook wat te zeggen hebben over hun ‘nepkinderen’. De relatie met mijn ‘echte’ dochter is duidelijk. Als het erop aan komt bepaal ik wat er gebeurt, samen met mevrouw Mulder. Daar is geen speld tussen te krijgen. “
Ik ben je vader en je doet wat ik zeg”. Ik hoop niet dat ik die belachelijke zin ooit uit ga spreken, maar als het moet kan het. Maar kan dat bij Sam en Mik ook? Of is de hardcore opvoeding een zaak van hun moeder en hun biologische vader? Het enige wat ik weet is dat ik zorgplicht over Sam en Mik heb. Die heb ik gekregen omdat ik met hun moeder getrouwd ben, dat is wettelijk zo geregeld. En als ik verzaak ben ik daar op aan te spreken, tot aan de rechter toe. Maar als ik plichten heb dan staan daar toch zeker ook wel rechten tegenover?
Categorieën: Uncategorized
getagged: cbs, Stichting Stiefgezinnen Nederland, stiefouders, stiefvader, stiefzoons, zorgplicht
Stiefvaders zijn verkrachters, boemannen en ongevoelige gekken. Dat is het beeld dat ontstaat als je ‘stiefvader’ intikt op Google. Maar zo erg kan het toch niet zijn, vroeg ik me af. Zelf ben ik stiefvader en in het onderwerp gedoken om te onderzoeken of ik rechten heb als de moeder van mijn stiefkinderen overlijdt. ‘Geen wonder dat wij geen rechten hebben. Stiefvaders zijn gestoord’.
Ik haal ze van school, breng ze naar judo, fotografeer ze bij het behalen van een zwemdiploma, praat met ze, speel met ze, ruzie met ze, leef met ze en hou van ze. Sinds drie jaar ben ik de stiefvader van Sam (12) en Mik (8). Soms voel ik me heel bijzonder, maar dat ben ik niet. Er zijn nog zo’n 150.000 andere Nederlanders die kinderen opvoeden die niet van hun zelf zijn. We zijn stiefmoeder of stiefvader, vreselijk. Sam en Mik noemen me hun ‘bonusvader’. Dat klinkt wat week (net als ‘knuffelmeisjes’ als je hoeren bedoelt), maar al wel een stuk beter. Ik ben natuurlijk helemaal niet hun vader. Zelfs niet in de verte.
Ik ben getrouwd met hun moeder. Da’s alles. Ze hebben een vader, een echte. Maar het verschil is dat ik ze veel vaker zie dan hij; tien dagen van de veertien. En dan zit je snel in wat op een vaderrol lijkt. We houden het maar op bonusvader. Hoewel ‘nepvader’, een term die de jongens ook wel eens gebruiken om mij te duiden, misschien wel de eerlijkste titel is voor mij en mijn soortgenoten.
Laatst bedacht ik me dat er wel eens een verhaal zou kunnen zitten in dat stiefvader zijn van mij. Aanleiding hiervoor was een gesprek in de auto over wat er zou gebeuren als Wendy (mijn vrouw, hun moeder) zou overlijden. Zouden de jongens en ik dan uit elkaar gaan? Zij naar hun vader en ik, eh? Mik zei dat hij dat ‘wel jammer’ zou vinden. Sam en ik vonden het zelfde. Eindresultaat van het gesprek was dat we dat dan maar even moesten uitzoeken. En ‘iets’ regelen, als dat tenminste mogelijk is. Hoe dan ook, vanaf dat moment zat het in mijn hoofd: de stiefvader en zijn rechten. De plichten kende ik al.
Toen ik “stiefvader” intikte op Google, vroeg ik me meteen af of ik hier wel goed aan ging doen. Ruim 74.000 hits en een poel van ellende. Er gaat blijkbaar nogal eens wat mis met die stiefvaders. De hits die in een oogopslag op me af denderden droegen tags als ‘valkuilen voor stiefvaders’, ‘stiefvader verkracht tienerdochter’, ‘seks met je stiefvader’ en meer horrorverhalen. Geen wonder dat wij geen rechten hebben. Stiefvaders zijn gestoord. Van de blogs en fora die rond het onderwerp stiefvader bestaan werd ik evenmin vrolijk. Nog meer verhalen van stiefvaders die het leven van, met name, lastige pubers vergallen. Wat ga ik nu doen? Kop in het zand en doorzoeken, besluit ik. Ik ben immers de leukste, liefste en normaalste stiefvader die er bestaat.
Categorieën: Uncategorized
Na het verhaal over het Forum, begin ik aan mijn tweede journalistieke reisje. Nu zijn de stiefvaders aan de beurt. Ik ben er zo een. En in de vakantie vroeg ik me opeens af of ik rechten heb, als het om mijn stiefzonen Sam en Mik gaat. Als hun moeder dood gaat, bijvoorbeeld. Ben ik ze dan kwijt? Is er iets te regelen? Kom ik in aanmerking voor een bezoekregeling? Nou goed, daar zag ik een onderwerp in en in de komende weken groeit daarover een artikel op mijn blog. En ook die probeer ik natuurlijk gepubliceerd te krijgen. Maar dat is van later zorg. Daar gaat ie dan!
Categorieën: Uncategorized
Vanaf nu is alles anders. Het is als met alle eerste keren; ze zijn het mooist en het genot duurt het langst. Met uitzondering van de eerste keer sex, maar da’s een ander verhaal. Hoe dan ook, op
woensdag 5 augustus werd mijn artikel over het Groninger Forum geplaatst door het Dagblad van het Noorden. Weliswaar in een verkorte versie, maar dat is de dagelijkse krantenpraktijk. Niks aan de hand. En na bijna 20 jaar uit de journalistiek verdwenen te zijn geweest, ben ik terug. Een fantastisch gevoel. Ik heb beantwoord aan een oude liefde en zoals je weet roesten die niet.
Het zal nooit meer zijn als toen. Bovendien laten mijn andere werkzaamheden het dagelijkse journalistieke werk niet toe. En dat wil ik ook niet. Ik wil meerdere dingen tegelijk kunnen doen en da’s voor een man al lastig zat. Ik beperk me, waar het de journalistiek betreft, tot achtergronden, interviews en persoonlijke journalistieke verhalen. Dat is wat ik wil en de eerste echte stap is nu gezet. Robbie’s back. Anders en misschien beter, maar dat moet de toekomst uitwijzen. Het volgende verhaal
zit er aan te komen, ik heb de eerste zinnen op papier. Volg het en schiet erop, want daar wordt het alleen maar beter van. Voor alle betrokkenen die hebben meegewerkt aan het Forum verhaal door informatie te verstrekken, commentaar te geven en deskundigheid te lenen: veel dank.
Categorieën: Uncategorized
getagged: Bezoekers Forum, Bezoekers Groninger Forum, Dagblad van het Noorden, journalistiek
Zo. Het is klaar. Het artikel over het Groninger Forum, de verwachte bezoekersaantallen en de commentaren daarop zijn in een definitief artikel samengevat. In mijn ogen evenwichtig en lekker om te lezen. Je kunt het artikel vinden en lezen door even op dit linkje te klikken: Forum definitief . Als je commentaar wilt leveren, aarzel niet.
Categorieën: Uncategorized
In de afgelopen weken is hier een artikel gegroeid over het Groninger Forum. Op dit moment check ik de laatste dingen en vorm ik de eindversie van het artikel. Over enkele dagen verschijnt dat hier; korter, duidelijker en journalistieker. De vorm die ik op mijn blog gekozen heb bevalt me. Zo kunnen de lezers van mijn blog meekijken in de groei van artikelen. Een kijkje in het journalistieke proces. De groei van een ongenuanceerde rij reacties naar een objectief journalistiek stuk. Bart Tammeling, mijn mentor in de journalistiek,
vertelde me eens dat ik voorzichtig moest zijn met de bevoorrechte positie die ik als journalist innam. ‘Jij vibreert langs de samenleving en je kunt inprikken waar je maar wil. Of je nou de premier wilt spreken of een hooligan van FC Groningen, ze zijn allemaal voor jou bereikbaar. Wees daar voorzichtig mee’. Ik hoop dat ik dat ben geweest. Hoe dan ook, ik heb het journalistieke voorrecht 20 jaar nadat ik de journalistiek verliet opnieuw gevoeld. En ik laat het niet meer los. Ik heb altijd gedacht dat ik 1 ding tegelijk moest doen. Waarom eigenlijk? Nu doe ik alles tegelijk: reclame maken, concepten ontwikkelen, kunstprojecten starten, fotograferen, (gedichten) schrijven, schilderen en journalistiek werk maken. En het is de mooiste tijd van mijn leven. Fijn dat jullie er getuige van willen zijn.
Categorieën: Uncategorized
getagged: Bart Tammeling, journalistiek, Nieuws, Rob Mulder, Robbie Mulder